De wijk Heiliglanden – De Kamp

De wijk Heiliglanden – De Kamp

De wijk Heiliglanden – De Kamp wordt begrenst door het Spaarne aan de Oostkant, de Gedempte Oudegracht aan de Noordkant, de Kampervest en Gasthuisvest aan de Zuidkant van de Wijk en aan de westkant door de Grote Houtstraat.

De Heiliglanden lopen er als twee rode lopers doorheen, evenals de Kleine Houtstraat. Parkeergarage De Kamp is een niet te missen punt in de oostelijke punt van de buurt.

Een korte historie
De noordelijke grens, de voormalige Oude Gracht, was tot in de tweede helft van de 14e eeuw de zuidelijke verdedigingsgrens van Haarlem.

Binnen de stadsmuren

De Heiliglanden en de Kamp komen in die tijd binnen de stadsmuren te liggen. Deze nieuwe zuidelijke verdedigingsgrens wordt aanvankelijk de Zuidgracht genoemd, later Buitensingel of Stadssingel en tegenwoordig Kampersingel, Gasthuissingel en Raamsingel.[1]

Kleine Houtstaat

De buurten de Heiliglanden en De Kamp worden gescheiden door de Kleine Houtstraat. Deze straat loopt langs de oostkant van de strandwal en fungeerde tevens als terpendijk langs het Spaarne.

Campkijn

Waar nu De Kamp ligt bevond zich onbeschermd buitendijks oevergebied dat bij tijden onderliep en dan weer droogviel. De Kamp dankt zijn naam aan de afgebakende stukken land of omheinde stukken land, een zogeheten ‘campkijn‘. Dit betreft een stuk onbebouwd landelijk gebied.

Het Heiligland

Het Heiligland heeft vermoedelijk zijn naam verkregen naar de Heren van Sint Jan die er land bezaten.

Zij verpachten er hofsteden of verwierven er nieuwe bezittingen. Een ander mogelijkheid kan worden herleid uit een akte uit 1315. Het betreft een oorkonde waarin de heer Jacob, bisschop van Zuda, en de broeders van Sint-Jan de helft van het Trudenkamp kopen.

Interessant is de passage in de akte dat het perceel zal toebehoren aan het Heilige Land van overzee. Ofwel de opbrengst van het perceel moest ten goede komen aan de bevordering van de christelijke zaak in het Heilige Land.

Onbekend is echter waar het Trudenkamp precies gesitueerd was. Anderen relateren de naamgeving met de aanwezigheid van het Minderbroedersklooster. Dit werd gesticht in 1456.

Ambachtslieden

De bebouwings- en bewoningsontwikkeling van de twee wijken zijn vergelijkbaar. Het waren geen rijkeluisbuurten. Er woonden ambachtslieden, kleine neringdoenden en dagloners.

Aanvankelijk woonden er nog wat boeren in het gebied en waren er ook de nodige kerkelijke instellingen te vinden. In de kloosters werd onderwijs gegeven, er was zieken- en armenzorg, er bevonden zich een oude mannenhuis, er waren weeshuizen, soepkeukens, hofjes en huisjes voor oude vrouwen.

Grote brand 1576

Tijdens het Haarlems Beleg (1572-1573) heeft de stad veel schade geleden. Daarnaast verrichtte de grote brand in 1576 verwoesting aan in de stad. Ook veel huizen in De Kamp en De Heiliglanden ontkwamen niet aan het vuur.

Het Elisabeth Gasthuis, gesitueerd aan het Verwulft, ging door de grote stadsbrand verloren. Even na 1581 kreeg het de gebouwen van het voormalige Minderbroeders-klooster aan het Groot Heiligland toegewezen.

Geen rieten daken

Na de brand werd gezocht naar methoden om dergelijke rampen in de toekomst te voorkomen. Eén van de maatregelen was dat er in de binnenstad geen rieten daken meer mochten worden aangebracht en er harde daken moesten komen van gebakken pannen of leien.

Bovendien werden steeds meer houten huizen vervangen door stenen. Dit werd mogelijk door de toenemende welvaart in de Gouden Eeuw.

Industriële revolutie

Ten tijde van de industriële revolutie woonden er in de Heiliglanden en De Kamp de dag- en stukloonwerkers, manufactuur- en industriearbeiders evenals de kleine middenstand. Bronnen uit de 18e en 19e eeuw vermelden behoorlijk hoge aantallen steungezinnen, werklozen en andere armlastigen.

Vooral De Kamp kreeg in die tijd een slechte naam vanwege prostitutie, dronkenschap en vechtpartijen. Vanwege die slechte naam kregen een aantal straten een andere naam: De Voorkamp (De Witstraat), De Achterkamp (Essenstraat), De Kamperbreesteeg (Burretstraat) en de Kampersteeg (De Haasstraat).

In 1853/ 1854 wordt de oude stadsmuur in dit gebied afgebroken en krijgen de Kampervest en de Gasthuisvest een meer open karakter. In 1859 wordt de Oude Gracht gedempt voornamelijk vanwege de stankoverlast die sterk verergert nadat het spuien van de gracht bemoeilijkt wordt door de drooglegging van de Haarlemmermeer in 1852/ 1853.

Monumenten

De gehele wijk Heiliglanden – de Kamp ligt binnen het gebied dat is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Sinds 5 december 1990 is de binnenstad van Haarlem en de Haarlemmerhout aangewezen als “beschermd stadsgezicht” in de zin van de Monumentenwet 1988.

Dat betekent dat het bijzondere ruimtelijke en functionele karakter van het gebied in een bestemmingsplan moet worden beschermd (ex art 36 van de Monumentenwet).

Het totaal aantal monumenten in de wijk bedraagt 125 en komt neer op 10% van het monumentenbestand van Haarlem (totaal 1259 monumenten per 2003). Hiervan zijn 123 rijksmonumenten en 2 gemeentelijk monumenten. Daarnaast zijn er 19 panden die op de Plan van Aanpaklijst staan.

Dit betreft panden die mogelijk in de toekomst de status van gemeentelijk monument krijgen. De bescherming is geregeld in de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening.
Bron: Voorontwerp Bestemmingsplan “Heiliglanden-De Kamp” AvP/03-2008

Archeologie
Na de laatste IJstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, maakte het overgrote deel van Noord- en Zuid-Holland deel uit van de Noordzee. Een kleine 4400 jaar later ontstonden, ter hoogte van de huidige duinen, lange smalle zandbanken, ook wel strandwallen genaamd. Op deze strandwallen vond duinvorming plaats waarna zich hierop zware bossen ontwikkelden. Oostelijk van deze strandwallen, waar de Noordzee geen vat meer kreeg op het uitgestrekte water, vormden zich onafzienbare moerassen.

Het huidige Haarlem ligt zowel op de oudste, 56 eeuwen geleden ontstaan, als op één na oudste strandwal van Nederland. Op deze strandwallen werden hutjes gebouwd ondermeer op de plek waar, vele eeuwen later, in de Karolingische tijd, de nederzetting Harulahem ontstond.

Harulahem, later verbasterd tot Haarlem, doet zijn naam eer aan: huis(en) op een open plek in een op zandgrond gelegen bos. Zand, wind en water hebben dus de basis gevormd van Haarlem.

De in de 11e – maar vooral in de 12e eeuw snel groeiende prestedelijke nederzetting Haarlem, gelegen aan de belangrijkste noord-zuid verbindingen, de waterweg het Spaarne en de midden op de strandwal gelegen landweg, kreeg in 1245 stadsrechten en ontwikkelde zich tot een voor die tijd belangrijke stad.

De resten van nederzettingen en andere sporen van vroegere bewoning zijn in de loop der eeuwen door stuifafzettingen en kunstmatige ophogingen verborgen geraakt in de Haarlemse bodem en komen van tijd tot tijd bij graafwerkzaamheden weer aan het daglicht.

De Haarlemse bodem is dus letterlijk een opeenstapeling van 56 eeuwen bewoningsgeschiedenis in de vorm van in lagen opgestapelde archeologische landschappen.

Onze wijk wordt archeologisch door de Kleine Houtstraat in twee delen verdeeld. Het westelijk deel bevat zowel Prehistorische als Middeleeuwse- en Post-Middeleeuwse bewoningssporen. In de oostelijke helft daarentegen worden uitsluitend Middeleeuwse en Post-Middeleeuwse bewoningssporen aangetroffen. Oudheidkundig bodemonderzoek van de afgelopen 30 jaar heeft uitgewezen dat beide gebieden zich, archeologisch gesproken, kenmerken door een uitzonderlijke rijkdom.

Uit de door de provincie Noord-Holland opgestelde Cultuur Historische Waardenkaart blijkt dat het gehele gebied Heiliglanden – de Kamp beschouwd wordt als een archeologisch waardevol gebied. Een flink deel van het gebied ligt op de strandwal van Haarlem (ca. 5.000 jaar geleden ontstaan). Dit betekent dat hier in potentie sporen van menselijke aanwezigheid aangetroffen kunnen worden vanaf de prehistorie.

De archeologische waarde bestaat uit te verwachten aanwezigheid, onder het maaiveld, van oudheidkundige resten, archeologische sporen, alsook bodemvondsten. Samen bevatten zij een veelheid aan oudheidkundige informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van dit deel van de gemeente Haarlem.

De begrenzing van het archeologisch waardevolle gebied is vastgesteld door de stadsarcheoloog van de gemeente Haarlem en overgenomen door de provincie Noord-Holland. Verwacht wordt dat zich hier sporen van bewoning zullen bevinden uit het Laat-Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Inheems-Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd.

Bron: Voorontwerp bestemmingsplan “Heiliglanden-De Kamp” AvP/03-2008
Kunst